is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1864, 1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

westelijke muur eene tribune, die op zulk eene wijze bedekt was dat zij ansta maeia tak schtje-MAK in de gelegenheid stelde onopgemerkt de lessen van voETiTJS bij te wonen. Hoe zij hierdoor met onze academie ingenomen werd, blijkt uit een vers van haar, ter gelegenheid van de stichting onzer hoogeschool gemaakt, waarin zij o. a. hare eigene sexe met de volgende woorden tot navolging van haar voorbeeld oproept:

«Gij, die een vonxken hebt noch van een hooger moedt ,

En zijt soo beesig niet in ’t eieren en pareeren ,

Of aan uw vluchtig heyr, of aan uw’ schoone kleêren ;

Soo u Jen Hemel geeft de niyinte van den tijdt,

Geeft die den spiegel niet, die geen gebreeken slyt.

Hier is de schoonheit veyl, die eieren kan van binnen,

En die met meerder kracht kan aller gunste winnen.

Gij vindt hier, wat gij soekt, een ongenieenen vondt,

Hoe dat gij alle daag noch schoonder worden kondt” *).

De schoone sexe scheen met deze wijze van sieren echter minder op te hebben, waarover men haar wezenlijk niet te hard kan vallen, wanneer men wel eens het godsdienstig twistgeschrijf dier dagen heeft ingekeken, vol van gewichtige quaesties, met oud-Hollandsche degelijkheid in lijvige quarto’s behandeld; quaesties als deze (waarover o. a. voet’s

1) Dit vers te vinden voor de oratie van voet van de Nuttii/heid der Acad, etc.