is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1865, 1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wiens tong en oogleden hem bijzonder zwaar vielen. Alles wordt geprezen, vervolgde kip, alle mogelijke commissien en ex-commissarissen. Men salueert menigeen,'die men ’s anderendaags negéren zal; er komt circulatie, ’t muzijk raast en kookt; men zingt, slaat zijn knukkels kapot, twist, geeft elkaar muilpeeren, drinkt ’t af, schreeuwt zich schor, huilt, lacht, beukt, is ongesteld, ligt op sterven —’t gaat als kwikzilver, zei koek en overlijdt, aldus besloot KIP zijn asyndeton.

Dit behoeft allemaal in ’t geheel niet, zei pip. Dat ’s waar ook, er zijn ook menschen, die daar maar gaan rusten, zien, hoeren, zwijgen en drinken niet waar beam? Abeaham antwoordde niets, hoegenaamd niets. De leeszaal, zoo rammelde kip, is herschapen in een vomitorium en de kroeg wemelt van kamplustigen, die elkaar op duels inviteren, en den volgenden morgen als gewigtig nieuws vernemen waar ze elkaar alzoo op hebben vergast. Als gij dat alles zoo vindt, dan moet ge maar wegblijven, meende TEEM, ik amuseer me er altijd perfect. lk ook zei PIP. Ja, hik-ke ab-useer ook, bromde mop. Ergo ook dit is geen onderwerp voor je, hervatte kip ’t wordt kritiek , nou, maar dan ken je ’t in alle gevalle op de rijrol brengen. Vindt meneer dat ook al niet goed? vroeg koek. ’t Zou me weinig helpen, mijn waarde! al vond ik ’t slecht —ik lach er echter maar om, maak gij er voor mijn part een loflied op