is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1865, 1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat bewijst o. a. die curieuse preek of oratie door den hoogleeraar gisbebtus toetius , den Zondag voor de inwijding der academie gehouden : Van de nuttiffheit der Academiën en Schooien, mitsgaaders der Wetenschappen en Konsten, die in deselve geleert worden. Hij had tot tekst uitgekozen Lucas II : 46: „Ende het geschiedde, na drie dagen, dat zij hem vonden in den Tempel, zittende in het midden der Leeraren, haar hoerende ende haar ondervraagende” en vond hierin terstond eene schoone gelegenheid de nuttigheid der academiën aan te toonen. De Christus, zeide hij, zou zich niet hij deze oefeningen bevonden hebben „indien de studie ydele en leedige handelingen waren. „Dat deselve van Godt ingesteldt, en gelyk als met het Goddelyke Recht gewaapent, suleks werdt hier uyt klaar beweesen” dat de Profeten van Godts volk zelve leerlingen hadden. Bijzonder characteristiek voor de plaats, die de theologie in de wetenschap innam, zijn de bewijzen voor de nuttigheid van elke wetenschap in het bijzonder, die hij allen aan de heilige schrift, volgends hem „het boek van alle Wetenschap ; de zee van alle wysheit en de Academie der Academiën” ontleent. Zoo wordt het nut der advocaten uit eenige texten bewezen, waar de Christus een voorspraak of advocaat bij den Vader wordt genoemd, terwijl het nut der Rechtsgeleerdheid duidelijk bleek uit haren hulp om verscheidene schriftuurtexten en stukken van de

8