is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1866, 1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weinige jaren geleden beklom manokoeeat den throon van Mataram, van het keizerrijk Java. Ontzachelijk als de iiaam van zijn gebied, was de taak die met den skepter in zijne hand werd gelegd: eene taak, die hij evenmin besefte als uitvoerde. ln plaats toch van de welvaart zijner onderdanen te bevorderen door een wijs en zachtmoedig bestuur, woedde hij rond als een tijger, tuk op buit en heet naar bloed. G-eene liefde was hem te heilig, geene eer te rein, geen schande te afgrijselijk en zijn gedrag was zoo dierlijk, zijne wreedheid zoo onmenschelijk, dat zelfs de slaafschheid der rijksgrooten ten einde raakte en het geduld des volks werd uitgeput. De prinsen aan het hof verlangden een anderen vorst en spoorden MAivGKOBEATS zoon aan, zich meester te maken van de kroon zijns vaders. Eerst deinsde deze voor de daad terug, maar langzamerhand werd hij meer gemeenzaam met het denkbeeld aan een opstand en bezweek eindelijk voor de verzoeking. Evenwel waagde hij het niet openlijk te handelen, maar trachtte zekeren geestelijke, genaamd, tot zijn belang over te halen. Deze, die als propheet op Madura een grooten aanhang had, zeide hem zijne hulp toe en begon zijnen schoonzoon taedeïta-djaia in zijne plannen te wikkelen; hij hing hem een zwart tafereel op van de wreedheden des keizers en beloofde hem gouden bergen voor de toekomst, zoo ’t hem gelukken mocht den kroonprins op den throon te brengen. Met duivelenlist blies hij hem in, dat hij zelf een zoon