is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1866, 1866

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIEFDE EN MENSCHENMIN.

,Weet gij wat het zegt eene vrouw te beminneu

„Met al de kraeht van het jongelingsvuur ?

,Kent gij de liefde , en brengt g’u te binnen

„Wat gij gevoeldet in ’t heilige uur

,Toen aan haar voeten ter neder gezonken

„Het „„ik bemin u”” in d’ooren u klonk.

,Toen door de kus van haar lippen schier dronken,

„G’uw leven zoudt geven voor nog zulk een lonk ?'

,Toen, naar ge meendet, was ’t heerlijk te leven,

„Schoon was de toekomst want de toekomst was zij,

,Haar te behouden was ’t doel van uw streven,

„Van haar bezit waart ge zeker, dacht gij.

,Met haar aan het einde der aarde te wonen,

„’t Scheen u zoo gemakk’lijk, ’t scheen u zoo ligt

,Uw liefde zou voor uw ontbering u loonen

„ Een tempel des hemels, door liefde gesticht.’’

pToen, naar ge meendet, was ’t schoener te sterven

„Zoet was de dood dien gij deeldet met haar,

,0 ! in haar armen het leven te derven

„’t Scheen in nw oogen zoo heerlijk, niet waar?