is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1867, 1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gi'aphie aan het nageslacht de trekken hunner voorouders terug. Toch zien sommigen er nog tegen op om zicii aan het photographisch toestel van hunnen geest te wagen, bevreesd dat er wellicht de een of andere karicatuur zal te voorschijn komen. Vraagt men hunne vrienden en kennissen wie ze zijn, het antwoord is vaak: ))knappe, geestige lui.” Welnu laten die dan de schermen wat verder zetten, zoodat hun licht ook anderen beschijne dan hunne vrienden en kennissen. Er is nog eone groote ruimte in de wereld voor knappe en geestige menschen, en in onze verstandige eeuw wordt men nog dikwijls overtuigd dat verstand volstrekt niet overbodig is.

Vanwaar dan die schroomvalligheid die het licht onder de korenmaat verbergt ? Past ze wel den mensch die door zijne ontwikkeling zich boven de vooroordeelen der wereld kan plaatsen? Past ze niet het allerminst den Student die door opvoeding, leeftijd, omgang en wetenschap, zoo gemakkelijk heeft leeren glimlachen om de woorden: »wat zullen de menschen er van zeggen?” Is het niet de Student, die door alles wat hem omringt zich van allen het krachtigst voelt gedrongen om de baan te bewandelen die leidt naar eer en roem; om als dienaar der wetenschap, voor haar te strijden met al de wapenen van zijnen geest? Is het niet de Student, wien de toekomst rekenschap zal vragen van den eerenaam dien hij draagt? Is hij het niet vooral, op wien eenmaal de oogen van zijn volk als o]) hunnen voorganger zuilen gevestigd zijn.