is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1867, 1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nakroost met lof zijn’ naam vermelden zal. En wat kan hij dan beter doen, dan elke gelegenheid aangrijpen, die hem voorthelpt op den uitgekozen baan.— Wat is een der idealen van den Student? Te schittei’en als een man van wetenschap en kennis. Daartoe zet hem zijne eerzucht rusteloos aan; daartoe offert hij menigmalen de genoegens op die hem zoo verleidelijk van alle kanten toelachen, daartoe kerkert hij zich in op zijn studeer-vertrek en begraaft zich onder zijne boeken. Later als eene lichtende verschijning op te treden in de maatschappij, ziedaar zijn streven. Het is hem niet genoeg, zich te bewegen in een tijdperk zijns levens, dat de idealen van het verleden hem als het gelukkigste hebben voorgespiegeld. Het is hem niet genoeg, den langgewenschten beker van genot tot den bodem te ledigen. Het bevredigt hem niet, de schoonste zijner dagen, door geene zorgen beneveld, te beschouwen als het toppunt zijner wenschen. Neen, voorwaarts! spreekt het in zijn binnenste. Het is iets eigenaardigs in den mensch dat hij nooit zijne idealen ziet verwezenlijkt, of reeds andere zweven er voor zijn verbeelding, die hij even vurig te bereiken zoekt. Toch kan hij onmogelijk tot zijn ideaal naderen zonder hulpmiddelen, zonder oefening. Wil hij wetenschappelijke kennis bezitten, hij moet boeken raadplegen, hij moet verschillende meeningen hoeren, wil hij den rijkdom zijner gedachten aan anderen mededeelen en zijne gevoelens aannemelijk maken, hij moet kunnen spreken, maar vooral, hij moet kunnen schrijven.