is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1867, 1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De gesclii'iften zijn de beste tolken van den menscliel'yke geest. Maar ook het schrijven is eene oefening. Niemand onzer zal wel beweren dat hij op tehoogen trap staat van wetenschappelijke ontwikkeling, om nog te leeren schrijven, vooral niet wanneer geene ervaring hem tot deze bewering wettigt. Zullen we dan minachtend ons van deze oefening ontslaan, omdat ze zulk een gemeen-goed is van bijna alle menschen; en het wel een stommeling moet wezen die zijne gedachten niet op het papier kan brengen? Maar weten wij zoo zeker dat vorm en stijl onzer geschriften juist geschikt zullen zijn om anderen te treffen, te overtuigen en tot ons gevoelen over te halen, als wij dit nooit hebben beproefd? Dan kunnen we ook wel aannemen dat het met iedere oefening zoo gaat, en dat we onze hersenen om niet vermoeien met elke andere studie, die ons toch niet wijzer kan maken, omdat wij vooruit reeds kennen wat we door haar te leeren hebben. Zijn we integendeel overtuigd dat ook op dit gebied elke ervaring ons van dienst kan zijn, welnu, toonen we dat door in den Almanak te schrijven. Hij opent zijne bladen om het bonte mengelmoes onzer gedachten in zich op te nemen. Hij vraagt niet: »is het volmaakt wat ge mij aanbiedt?” maar hij verkondigt: »Hier skunt ge vrij uit uwe meeningen, uwe dichtproeven, uw «vernuft en uwen smaak uitstorten. Niemand beoor«deelt u dan die u verstaat, dan die met u gevoelt. «Hier kunt gij u oefenen, door dat ge den stroom uwer «gedachte vrij kunt laten vloeien. Niemand ziet u