is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1867, 1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het spreekt van zelf dat mijn gevoelen algemeenheid moet bezitten, wanneer ik de mogelijkheid stel dat de Almanak wordt, gelijk ik hem wensch.

Maar bovenal moet de redactie er in deolen, omdat luiar geest zoo zeer den Almanak beheerscht. Zij vooral moet overtuigd wezen dat hij geene onberispelijke stukken behoeft te toonen , maar stukken waaruit de Student spreekt met al de eigenaardigheden van zijn wezen. Zij moet bewijzen dat voor niemand onzer de Almanak gesloten is.

Dat zou eene prachteditie worden, werpt ge mij tegen, als maar ieder zijn prulwerk er in kon plaatsen! Wij zouden er veel eer meê behalen! Volstrekt niet, dat zou ik evenmin wenschen als gij, en het is ver van mijne bedoeling dat de redactie geen oordeel zou moeten gebruiken, en alle gekrabbel aannemen. Maar ik wilde aantonnen dat eene redactie niet voorbarig en gestreng moet zijn in hare uitspraken over proeven van eenigzins ruwe schors en van onvolmaaltten vorm, maar van degelijken en onberispelijken inhoud. Het is niet goed zich maar dadelijk tegen een stuk te verklaren, dat een «afgezaagd” onderwerp behandelt. Het gaat zoo gemalrkelijk niet frissche ideën te scheppen. Er zijn zoo vele vóór ons gedacht, dat het zelfs moeielijk is ooit te zeggen, dit of dat denkbeeld is nieuw. Waar het hart vol van is daar vloeit de mond van over, is een oud spreekwoord dat ook hier waar is. Hoe zal de Student beter een toestand schetsen, dan waar hij