is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1867, 1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had, en het schouwspel, dat zij daar zagen, deed het vrolijke gezelschap in een uitbundig gelagch uitbarsten.

Daar lag midden op straat hun waardige gastheer op de knieën, met eeue half onder de sneeuw bedolvene ilesch ter regter- en eene ter linkerzijde, terwijl zijn hoed voor hem op het witte tapijt stond. Hij was zoo besneeuwd, dat men hem voor eene kunstige sneeuwpop had kunnen houden, de handen hield hij uitgestrekt naar het venster tegenover hem, en in deze smeekende houding galmde hij op dehardroerendste en aandoenlijkste wijze het gezegde lied uit. Toen hij het ten einde gebragt had, stond hij op, zette zijnen hoed weder op zijn hoofd, en ging met (zeker van aandoening) wankelende schreden en met de flessclien onder den arm naar zijne kamer, waar hij door zijne vrienden met daverend gejuich werd ontvangen.

Louise had door een reetje van haar gordijn gezien, wat de oorzaak van die serenade was, en had Frits onder zijn sneeuw masker zeer goed herkend, ja hem den weg naar zijne kamer zien nemen.

Zonder te bedenken, dat de arme jongen mogelijk door de gure avondlucht was bevangen, en zoo in half bewusteloozen toestand deze dwaasheid vertoonde, zonder te bedenken, dat hij gedreven werd door eene liefde zoo opregt als eenige Deventerkoek of Haarlemsche Courant zijn kan, nam zij hem het gebeurde hoogst kwalijk, en meende, dat hij alleen dooi’ dronkenschap zoo onbeschaamd was.

Den volgenden morgen klopte ook het geweten van