is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1867, 1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat plaatsje waar niets dan Eoomschen wonen; en waar een seminarie is: hu!

De reis derwaarts, te XI uren aangevangen, bood niets merkwaardigs aan: voor u althands niet. Het merkwaardige begon pas omstreeks II uren.

Stel u voor, we liggen in ’t mos onder een boom kersen te eten: scbilderacbtige groep!

De tanige juffer ligt voorover op den glooienden grond, op baar rechter elleboog. Let op baar linkerbeen, dat, door deze houding in de gelegenheid gesteld om eens te ontsnappen uit den donkeren crinolinekerker, eene allerbevalligste vertooning maakt, en, gebuid in eene peper- en zoutkleurige kous, niet ongelijk is aan een jeugdig zeebondjen, opgedoken uit de diepte, om de bakerende zonnewarmte te genieten.

Aan bare rechterzijde zit de blozende Elisa, waaraan op ’t oogenblik niets bizonders valt op te merken, dan dat ze met loffelijken ijver bezig is alle onrijpe kersen voor mij uit te zoeken. Want ik hou niet van die overrijpe, gebarsten, blauwig-bruine délices van de »echte” liefhebbers.

In ’t voorbijgaan die »ecbte” liefhebbers zijn er naar aan toe. Een »echte” liefhebber van stokvisch, bv., is zedelijk verplicht de blauw-grijze huid, waarvan een fatsoenlijk mensch ’t hart omdraait , heel lekker te vinden, en tot op ’t laatste vezeltje te verslinden.— En wat hazen-liefhebbers aangaat de gedachte aan de hoog geprezene hersenen alleen, is reeds genoeg om mij te doen rillen.