is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1867, 1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mingswerk kan volbrengen heeft meer aanspraak op dank dan wijlen i.uther die den papieren Paus heeft gebaard maar waarvan de verlossing eerst over eenige eeuwen zal plaats grijpen.”

»Nu schijn je toch aan eene roeping te gelooven VAN WAVEHEN ?” \TOeg DÜKER.

»Ja,’ antwoordde deze, »aan de roeping van het menschelijk geslacht dat zijne geschiedenis heeft gehad en ook zijne toekomst moet hebben, maar te zeggen waarin ze bestaat laat ik over aan de waarzearffers OO van beroep. Daar wordt met dergelijke woorden veel geschermd, ik voor mij kan ze niet verdragen.”

«Misschien wel die druiven, probeer ze eens doctor,” noodigde kohl, het fraai bewerkte schaaltje naar VAN WAVEREN toescliuiveude en blijkbaar trachtende aan het gesprek, eene andere wending te geven.

Maar dit mislukte hem. Niet gewoon zich uit het veld te doen slaan, vroeg düker : »Wat zal dan volgens u de roeping der theologie zijn?”

«Begraven te worden, door een volgend geslacht” antwoordde van w.averen, «maar naar ik hoop en vermoed om in eenvoudiger vorm herboren en dan algemeen gewaardeerd te worden: simplex sit/ilhm veri.”

«Mystische bombast, niets waard, allemaal kool, zwijg liever stil,” voerde leg den doctor te gemoet.

«’t Is de wufte mond, die ’t slaakt” riep van WAVEREN lagchend, een regel van leo’s geliefden dichter, aaidialende, «en ik heb er niets tegen als je die woorden van de genestet ook op mij toopast. Maar