is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1868, 1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door haar, toen we over kies}iijn spraken, het recept van een mondspoelsel te beloven, dat mijne moeder in bezit had en dat een onfeilbaar geneesmiddel was; en Tante’s genegenheid omtrent mij werd nog zeer versterkt toen ik Suze en George hemelhoog prees.

Het was over tienen toen we Naarden binnenreden; de Nichten wilden dadelijk naar huis; ))Martijntje was zoo bang voor onweer, dat ze onmiddellijk wilden weten, hoe deze het maakte; ze moesten ook gauw gaan zien of het venster wel bij tijds gesloten was, anders had het zonder twijfel ingeregend, en dan zou de geheele wasch nog nat zijn. Neen, werkelijk niet, ze wilden liever niet medegaan soupeeren; ze hadden een o verheerlijken dag gehad, maar nu gingen ze liefst naar huis.”

En van Hei’ben? Ja, hij wilde wel blijven soupeeren, »als hij ten minsten geen overlast aandeed.” Volstrekt niet. Tante had er opgerekend, en dit was ook zoo, want toen we te huis kwamen stond alles klaar en op mijn bordje lag een brief van mijne moeder, waarin zij onder anderen ook schreef, dat een mijner vrienden, die ik in geen drie jaar gezien had, over een dag of zes bij ons zou komen logeeren-Ik las deze passage hardop voor, maar veranderde de zes dagen in twee en zeide, dat ik dus den volgenden dag naar huis moest gaan. Allen betuigden over mijn plotseling vertrek hun spijt, ook Suze, en ik geloof, dat zij het meende.

Van Herben stond op om heen te gaan; ik lie