is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1868, 1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oom en Tante zijn nog dezelfde gebleven en beide zijn er trotsch op, reeds voor. de tweede keer grootvader en grootmoeder te zullen worden. »George heeft den eersten prijs op ’t gymnasium behaald: hij is voor ons beiden een bron van groote vreugde en dank; de lieve jongen!” schreef Tante onlangs.

De Nichten wonen niet meer te Naarden en haar huis is publiek verkocht; Martijntje woont, ik geloof met de poes, op een hofje, want— de Nichten zijn dood. Nicht Saartje vatte, een paar jaar geleden, koude; zij dronk aftreksels van vlier en kamillen (recept n° 74 uit »De gezonde huisapotheek”), maar ’t hielp niet. Na eene korte ziekte stierf zij op drie en zestigjarigen leeftijd. Het laatste, dat zij hier op aarde deed, was lezen in haar lievelingsboek: »De kunst om honderd jaar oud te worden.” En Nicht Sientje is een half jaar later Nicht Saartje gevolgd. Toen werd het testament geopend: er was geen universeel erfgenaam; de armen en liefdadige gestichten kregen het grootste gedeelte van de groote nalatenschap der zusters; slechts aan enkele familieleden was een aanzienlijk legaat toegekend. In een aanhangsel, gedateerd 18 Juli 1861 (de dag na den belangrijken tocht naar de Vuursche) werd mij een legaatje gemaakt van duizend gulden. Vrede hebbe haar assche!

En ik zelf? Nog eenmaal heb ik in die jaren een lief meisje haar jawoord hooren fluisteren, en dit»ja” hoorde niemand dan ik; het was dan ook slechts voor mijn oor bestemd. Gij vratigt naar de gebreken van