is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1868, 1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JALOEZIE.

Ik zag mijn Phillis wandlen

Aan d arm eens andren herders!

Zij, ’tLemelschoone meisje

Met hare blonde lokken

En hare bruine kijkers,

Toen voelde ik mijnen boezem

Onrustig jagen, kloppen.

Hoe zwollen mij mijn aadren!

Hoe gloeiden mij mijn wangen!

Ik had hem willen vragen :

„Wat doet ge met mijn Phillis.®

„Ge hebt op haar geen rechten,

„Gij doet mij ’t harte bloeden,

„Sta, Herder! mij, mijn Phillis!”

Zij zag mijn zielelijden.

Het overschoone meisje!

Zij las mijn angst, mijn droefheid

Op mijn ontroerde trekken.

En zij, ze gaf m’een lachje

En mijne tranen weken.