is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1868, 1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Niets? mij dimkt, dat ik het u nog al duidelijk «verteld heb. Gij zijt toch, zoo als gij zelf zegt, de «steller van de advertentie?”

«Ik? Wel waarachtig niet! ’t is iets, dat mij in »’t geheel niet aangaat.”

«En de advertentie dan ?”

«Is niet van mij. Voor een week of vier heb ik «er eene in de Oude Utrechtsche courant laten zetten, «maar niet voor vier dagen in de Nieuwe. Maar wat «ik van het briefje denken moet, dat gij ontvingt, «weet ik niet.”

Maar ziet, daar kwam de man aan, die het raadsel zou oplossen, Leonards vriend Nemo trad binnen en zeide, nadat hij aan Dingeskerken, en deze aan hem voorgesteld was:

«Wel Leonard! ik heb daar wat aardigs gehoord.”

«Wat dan?”

«Ik zal het u wel eens later vertellen,” fluisterde hij Leonard in ’t oor, terwijl hij op Dingeskerken wees, «’t is nog betreffende die huwelijksaanvraag.”

«0 biecht dan gerust op,” antwoordde Leonard, «want ik was juist op ’t punt de geheele zaak aan «den heer Dingeskerken te vertellen.”

«Welnu dan. Ik moest iemand naar den trein «van half zes brengen, en toen ik weer heen wilde «gaan, zag ik een van het bekende drietal aan een «tafeltje in de restauratie zitten met drie anderen. «Ik hoorde uw naam noemen, en bleef toen daar «zoo’n beetje talmen, om eens te luisteren. Daar