is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1868, 1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

e\en gaan zien. (Al.sof iedere huisvrouw, vóór dat i!e uitgaat, geen laatste bevel aan de dienstmaagd ha<l te geven, al ware ’t alleen de mededeeling »hoe laat <le aaidappelen moeten worden overgehangen.”) Na eenige minuten weggebleven te zijn – want het al of met ontvangen van den bezoeker heeft een kleine woorden- en gedachtenwisseling doen ontstaan tus schen mijnheer, die het wel wil, en mevrouw, die natuurlijk nog niet gekleed is – verschijnt de dienstbode op nieuw in de zijkamer, zoo ze den vreemdeing met bij ongeluk op de mat heeft laten staan, om te verklaren: AVat zal het de familie spijten als ze hoort dat u er geweest is.”

Een mijner bekenden wilde eens ergens thee gaan drinken. De meid verzekert hem, dat er niemand, timis IS. Hij haalt zijne portefeuille uit en zoekt in de schemering van den slecht verlichten gang met moeite een kaartje. Daar hoort hij eensklaps van boven eene vrouwenstem die half fluisterend roept: » ruitje IS hij weg?’’ waarop de bezoeker met alle bedaardheid zelf het woord nam, antwoordende: » Vraag excuus mevrouw, ik zoek een kaartje.”

moet in zulke gevallen gelogen worden? Een ieder ontvange of wijze af wien hij wil. Zoo ezigheden of andere beletselen hem inderdaad het ontvangen van een bezoek moeielijk maken, hij het ronduit, en geen verstandig mensch zal er door geergerd worden. Wil hij een bezoeker niet toelaten omdat Inj reden heeft van afkeer, zoo zij hij man

7*