Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

epoca in cui muori a Utrecht, recusando pertinacemente di abjurare gil erfori di Giansenio.

Non potendo essi Refrattarii e sediziosi riavere tal loro Vicario restarono sempre piü ostinati nell’ aperta ribellione e iucominciato schisma. Non vollere dimettere in modo alcuno la giurisdizione, di cui ogni esercizio avevano usurpato nelle stesso anno 1703 consigliandoli principalmente il famoso Quesnel ed anche il van Espen, pessimo giureconsulto di Lovanio, ed altri Giansenisti. Tutte credevane essere lere permesse di fare, asserendo presuntuosamente anche i diritti del capitele Metropolitane di Utrecht, Sede vacante, i quali diritti, aholita com’ era fin da un secolo la Sede Arciveacovile, assieme con tutte Ie altre Vescovili e con tutti li Oapitoli in Ollanda, non piu esistevano, nè potevano certamente piü esistere in alcun modo, ed essi sognarono , che duravano ancora per la successione del Collegio del Vicariato, di cui si è fatta disopra

jaar waarin hij te Utrecht overleed, hardnekkig weigerend, de dwalingen van het Jansenisme af te zweren.

Daar deze weerspannigen en oproerigen hun Vicaris niet meer konden tenigkrijgen, bleven zij altoos hardnekkig volharden in hunne openlijke rebellie en het aangevangen schisma. Zij wilden op geenerlei wijze de jurisdictie nederleggen, waarvan zij zich in hetzelfde jaar 1703 alle uitoefening hadden aangematigd, terwijl vooral de beruchte Quesnel en ook van Espen, de verderfelijke rechtsgeleerde van Leuven, benevens andere Jansenisten hen met raadgevingen ondersteunden. Zij meenden dat alles hun geoorloofd was, en kenden zich aanmatigend ook de rechten toe van het Metrojwlitaan-Kapittel van Utrecht, Sede vacante; daar echter een eeuw geleden de Aartsbisschoppelijke Stoel te samen met de andere bisschoppelijke zetels en al de Kapittels in Holland was afgeschaft, waren deze rechten niet meer van kracht en konden zeker evenmin nog op eenigerlei wijze voortbestaan. Toch verbeeldde men zich, dat ze nog voortduurden door de opvolging van het Vicariaats-

Archief XVI.

27

Sluiten