Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

msmUATIO STATUS PEOVINCIAEUM,

in quibus haeretioi dominantur.

Bij dit verslag over onze Missiën vinden we geene uitdrukkelijke opgave van het jaar, waarin en den auteur, door wien het werd vervaardigd. Toch lijdt het niet den nainsten twijfel, dat het stuk van het jaar 1602 dagteekent en door Sashold Vosmeer, tijdens zijn toenmalig verblijf aldaar, te Rome werd ingediend. Want in den kataloog van het Vatikaansch Archief staat het document onder het jaar 1602 aangegeven, hetwelk bovendien in den tekst zelf p. 157 wordt vermeld: „hoe anno millesimo sexcentesimo secundo”. Uit de talrijke uitdrukkingen, waarin de auteur over zich zelven spreekt en zich met zooveel ondervinding en gezag over het bestuur der Hollandsche Missiën uitlaat, blijkt duidelijk, dat deze niemand anders zijn kan dan de Vicarius Ap®"® in eigen persoon.

We hebben hier dus te doen met de oudste relatie, die tot dusverre bekend is, wellicht ook de oudste, die bestaat en de eenige , die ons uit de nalatenschap van den eersten Apostolischen Vicaris is overgebleven ’). Doch niet enkel hierom, maar vooral wegens zijn inbond mag dit stuk belangrijk heeten: terwijl de kerkelijke berichten over de laatste 25 jaren der zestiende eeuw zoo schaarsch zijn, wordt ons hier in levendige trekken de eerste ontwikkeling verhaald der Katholieke restauratie, en zulks door den meest gezagvollen getuige, die meer dan ieder ander zeggen mocht: „quorum pars magna fui .

») Bat. Sacr. II p. 53 maakt nog gewag van twee andere verslagen; welke door Sasbold naar Ronje zouden zijn opgezonden, maar wij moeten ons met deze bloote vermelding tevreden stellen.

Sluiten