Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Heusden, die onmiddellijk begon met executie, gijzeling der pachters enz.

Was hier van de andere zijde op contre-arresten aangedrongen, namelijk door den procurator der Kartuizers, die er van verdacht werd, —of door den deken van genoemd kapittel van Geertruidenberg, of door Malderus, bisschop van Antwerpen, die van bet tegendeel eene verklaring aflegde, of eindelijk door graaf Hendrik van den Bergh? Wat hiervan zij, de Staten gebruikten dit middel, ongetwijfeld ook tot Imn eigen doel.

De toenmalige prelaat van Berne, J. Moors, wendde zich onverwijld tot den prelaat van Parck die een der Gedeputeerden was en door dezen en meer anderen tot den cancellier van Hare Hoogheid, te Brussel. „In den vasten 1622,” zoo schrijft Jac. Vercuijlen, rentmeester der abdij, in zijn memoriaal ’) (waaruit beneden meer), „geweest thien daegen tot Brussel, ende aldaer voor den abt gepresenteert requeste aen Haere Hoocheden, ende die gelevert in handen van den cancellier, waarbij wordde versacht, dat H. H. d’abdije van Berne wilde preserveren van de gecommineerde conflscatie der Hollanders.

Terwijl aldus hij de Infante de zaak werd warm gehouden, zorgde de prelaat dat ze tevens in den Haag hij den griflfler van prins Maurits en anderen werd aanbevolen. En zoo kwam het, in plaats van nieuwe represailles, tot een onderling verdrag provisioneele

1) En zij behielden dit middel, naar allen schijn, uit berekening, en zochten het meer dan eens te gebruiken tot doeleinden, waartoe de prelaat onmogelijk zijne hand kon leenen.

‘‘) Zie Dl. XV, blz. 255.

Sluiten