Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet zoo gemakkelijk lieten ontcijferen '). De juiste zin, bepaaldelijk van een paar woorden in den laatsten regel, zal het geweest zijn, waarmede zij geen weg wisten, en zeker ook wel de rechte prosodische lezing van een paar verzen, want dat de vijf regels zes verzen bevatten, hebben ook zij ongetwijfeld ingezien; zoo blijkbaar worden die verzen door indeelingsteekenen aangegeven. Allerwaarschijnlijkst waren hun geen voorbeelden in ons vaderland onder de oogen gekomen, zooals ik er uit den vreemde zal aanvoeren, van de geheel eigenaardige wijze, waarop middeleeuwsche poëtasters somtijds jaargetallen in versmaat brachten en wilden hebben uitgesproken. Ook zullen zij denkelijk eene uitdrukkelijke verklaring der zooeven bedoelde woorden Marei prothnona niet hebben aangedurfd, ofschoon zij er voor zich zelven wel iets van schijnen gemaakt te hebben, gelijk ik beneden zal trachten te toonen.

Ziehier hoe de heer P. het grafschrift van den steen wil hebben gelezen:

1. BORCHeRAVII NATOS LEYDENSIB HIC GBNBROBUB:

2. PRBPOSITUS PROTHONOTARIÜS PAPE THEOURICÜS:

3. DE WASSENAER DRGETUR HOC SUB TUMBA. ROGHTETDR I

4. CHRISTE DEUS EST ET HOMO CÜR DECBSSIT AB AVO?:

5. MILLE SEMEL SEMEL QUINQÜB BIS TEE DECEM CENTÜM (QUATER DIES QUINQDe)

6. MARCI pro TEMPORE hora NONA. DET ut VITE SIBI DONA.

') Zoo hadden zij o.a. vóór zich de alsnog bij de «oudbisschoppelijko cleresie» te Utrecht in twee handschriften aanwezige Acta visitationis dioecesis Baventriensis ah Aegidii de Monte factae, welke door eenige geleerde leden der Vereeniging tot beoefening van Overijselsch Hecht en Geschiedenis, voornamelijk door den Heer Mr. R. E. Hattink, bewerkt, verleden jaar vanwege genoemde Vereeniging werden uitgegeven. Die bandschriften mag men Arabisch noemen, met ons grafschrift in de St. Janskerk vergeleken.

Sluiten