Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12®. Q-erardus Zegeri Ouyck, dictus de Heusden, wordt aangetrofFen als proost van M. 1543—1552, en vermoedelijk bleef bij bet tot zijn dood (13 Dec. 1561). Hij werd 62 of 63 jaar oud. In 1528 komt hij voor als supprior der abdij van Berne.

Van 1561 tot 1587 is er wellicbt geen eigenlijke proost van M. geweest: de tijden waren treurig voor Berne; doch wij vermoeden dat de toenmalige abt van Berne, Dirk Spierinck van Wel, en zijn proviseur er dikwijls veiligheidshalve vertoefden, ook reeds vóór I^l2, toen het convent van Berne voor eenigen tijd naar Maarsbergen werd verplaatst, omdat de abdij geplunderd was. En toen het convent wederom te Berne was teruggekeerd, verbleef toch de abt veeltijds te Maarsbergen, totdat hij eindelijk, ook daar niet geheel veilig meer zijnde, naar Oulemborg zich begaf, alwaar hij den I®‘®“ Juli 1584, in het huis van zekeren Jan van Ouyck, tot een beter leven overging.

13®. Den 28®*®® December 1587 werd Bartbolomeus van der Stappen, van Herpt, proost van Maarsbergen. Doch daar hij tevens proost d. i. proviseur van Berne was, en dit in een woelig en gevaarlijk tijdperk, was hij nu eens te Berne, dan te Maarsbergen, dan te Bokhoven, enz. Hij stierf 4 Oct. 1609.

14®. Na dezen volgde de laatste, Henricus van

Beloken Paschen 1536 gestorven moet zijn. In het begin van Juni 1533 werd Wichmannus Reynerï de Harderwyck gezel van Appollonius, om hem na diens overlijden op te volgen; doch weinige dagen daarna (26 Juni 1533) werd hij pastoor te Bokhoven. Na Appollonius schijnt de proostdij ettelijke jaren zonder proost geweest te zijn; ja, dit is genoegzaam zeker, daar in 1537 een rentmeester over de proostdij goederen werd aangesteld.

Sluiten