Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en als een religieus die door woord en daad den goeden kloostergeest bevorderde. Daarom kozen zijne ordebroeders bem te Calcar, Nijmegen en Wismar tot hun prior. In 1505 droeg hem het kapittel op om te Eome de belangen der hollandsche congregatie te behartigen. Volgens het Neorologiwm van het calcarsche klooster stierf hij den 29®‘®“ Juni, volgens het Belg. Bom. den Juni 1514.

Ofschoon ik vroeger op het gezag der Besolata Batavia Bominicana schreef, dat Jacohus de Stella tot het utrechtsche klooster behoorde, vond ik tweemalen in Je regesta magistrorum generalium, achter zijn naam geschreven, filius conventus Swollensis. Volgens die zelfde bron benoemde hem de generaal in 1490 tot algemeen prediker en werd hem tevens toegestaan aan eene universiteit de H. Schriften of het liber sententiarum te verklaren, ten einde den graad van het magisterium te behalen; in Augustus 1490 mocht hij den titel van magister voeren. Spoedig daarop zal hij prior zijner broeders te Zwolle zijn geweest; althans bekleedde hij die waardigheid volgens de aanteekeningen van p. de Jonckheere in 1499. Vervolgens in het begin van 1500 biechtvader onzer zusters te Leiden, was hij in 1508 vicaris van het Utrechtsche klooster. In 1519 ging hij de eeuwige rust in.

Tijdens het leven van Jacohus de Stella stichtte Ludovicus de Sanctis of Zanctis zijne kloosterbroeders te Zwolle door een heiligen levenswandel. Volgens de regesta van Augustus 1496 stond hem de generaal toe den graad van het magisterium aan te nemen op voorwaarde, dat het kapittel der congregatie de toestemming zou verleenen. Terwijl de generaal der orde Vincenlius Bandelli in 1503 de nederlandsche kloosters

Sluiten