Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Kaalte en ter ïïeyne weer gescheiden kunnen worden, zal er deeling plaats hebben van hetgeen in de spaarkasse bewaard bleef.

Allicht beeft deze voorslag de volle goedkeuring gevonden; want pr. du Jumont wordt ons beschreven als iemand, die evenzeer in aanzien stond bij den adel als bij bet landvolk, die op zijne herderlijke tochten zoowel de boeven der boeren als de kasteelen der edelen aandeed en bij allen bleek de welkome gast te zijn. Er wordt nadruk op gelegd, dat hij een man was van booge wijsheid en tevens een vurig ijveraar voor bet heil der zielen, die geen moeite ontzag als bij God ter eere een ieder van dienst kon zijn. ')

Tot in den loop van 1678 bleef pater du Jumont te Wijbe, dat als de boofdplaats wordt aangewezen, zijne bediening waarnemen, werd toen door zijn oversten terug geroepen, doch keerde in 1683 naar ons Noorden weder, om te Harlingen tot 1685 de zielzorg te dragen. In laatstgemeld jaar, na eerst ettelijke maanden te Wijk bij Duurstede gearbeid te hebben, kwam bij op 6/16 November te Zwolle aan, „quansuys alsof bij van «sijn Overste gesonden was om bet kerspel ter Heyne „te bedienen. . . . Maer gemerkt dat bij hem bij pater „de Ridder [in de Koestraet] ophield, voor hem preekte „en pastoralia bediende, soo was ’t pater du Jumont „soo sere niet te doen om ter Heyne te bedienen, „als wel om een kapellaen van pater de Ridder te „wesen.” Ruim twee jaar bleef bij te Zwolle vertoeven en werken op eene wijze, dat pastoor Arn. Waeyer meende, hem geenszins voor een „man van

') Archief van Utrecht, VII hl. 218.

*) H.S. van Arn. Waeyer.

Sluiten