Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen, verbleven zij bier tot 19 September en namen toen afscheid, om naar Utrecht zich te wenden.

In het volgend jaar riep de stem zijner Oversten pr. Smeets naar bet Zuiden terug, waar we hem in 1718 te Maastricht aan treffen en tevens vernemen dat hij er toen kwam te sterven.

Even voor Kerstmis van het jaar 1709 werd zijne plaats op de Vos ingenomen door Gaspar Estrix, die in 1671 op Sint Pancraas het eerste levenslicht te Mechelen had aanschouwd, op twintigjarigen leeftijd in Jezus’ Gezelschap was aangenomen en op Sint Maurits van het jaar 1703 de H. Priesterwijding had ontvangen. Slechts vier maanden mocht hij den herderstaf hier dragen; want het lot dat zijne ordebroeders te Zwolle drie jaren vroeger had getroffen, werd thans ook zijn deel. De drost van Zalland, Adolf Hendrik van Rechteren, die tot dusver de paters van Liederholthuis en van de Vos gespaard had, teekende in April van het jaar 1710 hunne verbanning, en op den laatsten dier maand moesten beide Overijssel verlaten. Straks toog pr. Estrix naar het Noorden om in de Nieuwstad te Leeuwarden van 1713—18 de zielzorg waar te nemen; van 1718—27 droeg hij den herderstaf te Nijkerk op de Veluwe en ging den 16<’“ Maart van genoemd jaar naar een beter leven over.

Een jaar lang bleef de drost van Zalland in spijt van alle tusschenspraak zijn besluit voor Wijhe althans onverbiddelijk handhaven. Geen enkele der paters werd op de Vos toegelaten. In stil geheim was pr. van der Gracht wel naar Liederholthuis teruggekeerd en droeg ter sluiks mede zorg voor de verlaten schapen, die van Wijhe en elders tot hem de toevlucht namen; doch in zulke tijden aan aller behoeften naar

Sluiten