Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

llden October 1798 zich hebben aangegeven bij de Municipaliteit, om, in conformité van ’t Vl® articnl der Additionele Articulen tot de acte van Staatsregeling, tot de verdeling dezer stads kerkgebouwen en toebehoor van dezelve te worden geadmitteerd, ten einde na de grootheid van ’t aantal harer respective leeden ’t toestendig aandeel van deselve te erlangen, en wel de eerstgemelde acht comparanten als gecommitteerdens van ’t Gereformeerde kerkgenootsehap, de veertien volgende comparanten als gecommitteerden van ’t Rooms Gatholijk kerkgenootschap, en de twee laastgemelde comparanten als gecommitteerden van ’t Evangelisch kerkgenootschap; verklarende zij comparanten qual. qua, hoe zij alle bereidvaardig zijnde geweest om, op voorstel der commissie uit de Municipaliteit, sonder eenig plan ofte voorschrift van deselve en dus sonder voorgaande taxatie van onpartijdige, over de te verdelene kerkgebouwen en toebehoor van deselve onderling eene minnelijke schikking ende accoord ter scheiding ende verdeeling te beproeven, vervolgens, na ’t bekomen der resolutien van de Municipaliteit van den 28®*®“ December 1798 en 22 Maart 1799, benevens van de lijsten der goederen der drie kerken, volgens der kerkmeesteren rekeningen geformeert tot opgave en bepaling der kerken en goederen of toebehoor van deselve, door de Municipaliteit deelbaar gesteldt, toegetreden zijn ter minnelijke onderhandeling, om de drie deelbaar gestelde kerkgebouwen met derselver toebehoor onderling op den voet, als bij de Staatsregeling is voorgeschreven, te verdelen, zodat iegelijk der contraherende kerkgenootschappen

*) In ’t H.S. stond: bekomene.

Sluiten