Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het einde van 1655 en de eerste helft van 1656, kort vóórdat de Constitutie van paus Alexander VII „Ad sanctam B. Petri Sedem” (16 Oct. 1656) ten ongunste der „quaestio facti” verscheen. Het komt mij niet onwaarschijnlijk voor, dat de Congregatie 8. Officii hij haar voorafgaand onderzoek toen della Torre heeft uitgenoodigd, om haar over den auteur van „Augustinus” nadere inlichting te verschaffen.

Jammer alleen, dat wij het oorspronkelijke stuk van della Torre’s eigen hand moeten ontberen; want het afschrift, waaraan wij nu ontleend hebben, is slordig, wemelt van schrijffouten en verdient alles behalve de uitdrukkelijke verklaring aan het slot: „concordat cum suo originali”. Wij hebben die schrijffouten, waar zij den zin en samenhang stoorden, zooveel mogelijk verbeterd en dan de eigenlijke lezing van het manuscript aan den voet vermeld; zooveel mogelijk, want enkele plaatsen zijn zoo onnauwkeurig, dat de zin wel te raden, maar de juiste tekst niet te bepalen is.

Niettemin mogen wij deze „Synopsis” als een groote aanwinst rekenen voor de toekomstige levensbeschrijving van Jansenius, welke daardoor verschillende merkwaardigheden rijker wordt. Zoo bijv. over de eerste jeugd van Jansenius, dat hij vóór zijn studiejaren timmerman is geweest; over zijn hardhandige strengheid, zoolang hij als eerste president het Hollandsche college te Leuven bestuurde; over zijn stuursch en afgetrokken karakter, dat hem de gemeenschap met anderen, behalve met zijn naaste vertrouwelingen en zijn boezemvriend Du Verger, zooveel mogelijk deed ontwijken; over de bange zorgvuldigheid, waarmede hij, toen de Franschen het beleg om Leuven hadden geslagen, zijn boek „Augustinus” in den grond begroef; eindelijk

Sluiten