Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat voerde dezen naar de stad aan het Spaarne? De balling dunkt ons had raad noodig en zocht dien bij den apostel, vicaris Philips van Rooveen, die toen te Haarlem zich bevond en de gemelde plechtigheid voltrok. De raad luidde voorzeker: wederkeeren en, met vermijding der stad die hem uitdreef, op het land zich te ijveriger kwijten van zijn heilige taak.

Een goed jaar had hij dit gedaan toen de eerwaarde Lambertus Lambringa pastoor te Leeuwarden kwam te sterven. Dit gaf aanleiding, dat heer Tadema door den hoogwaardigen Vicaris of zijn plaatsvervanger Leon. Marius naar Holland werd ontboden. Den 15/25 October vinden we hem dan ook te Haarlem. Hier werd voorzeker raad geslagen en onderzocht, wie in Leeuwarden de geschikte opvolger zou zijn. De ontbodene zelf zal in aanmerking zijn gekomen, doch hij heeft zich gewis onmogelijk verklaard uit hoofde zijner nog zoo versche verbanning. Van zijnen kant schijnt hij gewezen te hebben op heer Volcker Herckinga pastoor te Zwolle. Vrij duidelijk, dunkt mij, staat dit tusschen de regels van den volgenden brief, die ook om andere redenen merkwaardig is:

Pax Ohristi.

Admodum Keverende Domine et Confrater in Domino.

Audiens tribulationes vestras magnas et vehementissimas, ') aliquid litterarum ad Reverentiam vestram dare non potui omittere. Multas quoque tribulationes perpessus sum hoe biennio: sed per multas tribulationes

') In 1630 werd Zwolle door bitteren hongersnood geteisterd, ingerolge waarvan de pest uitbrak, (v. Hattum, Geschied, v. Zwolle, 111 bl. 314).

Sluiten