Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De goede Solstra toonde zich een jongere broeder van den grijsaard, een waardig medewerker in 's Heeren wijngaard: bij afwezigheid of ziekte van den herder leende bij gaarne zijnen dienst, maar toen hij bespeurde , dat er waren die meer bijzonder tot hem overhelden, gaf hij hun nadrukkelijk te kennen, dat hij zijnen werkkring had in Rauwerderhem en dien geenszins naar Wytgaard of elders zocht uit te breiden. Hij toonde zich een waardig opvolger van wijlen heer Tadema, groeide en bloeide als een vruchtbare olijf op den akker des Heeren. Maar spoedig, helaas, zou hij naar elders worden overgeplaatst.

Sedert een paar jaren verkeerden Sneeks Katholieken in droeve beroering, die het treurig gevolg had, dat pastoor Andreas Sylvius gebannen werd en in 1657 de wijk moest nemen. Toen werd heer Solstra uit Rauwerderhem geroepen, om rust en vrede in gemelde stad terug te brengen. Hij slaagde gelukkig en bleef er de kudde hoeden tot de dood op 1673 hem wegrukte.

Bavo Qaytzema, te Sneek in Westergoo geboren, ongeveer tegelijk met heer Solstra te Leuven in het Viglius-collegie opgeleid, schijnt niet voor den aan vang des jaars 1656 de h. wijding te hebben ontvangen; althans de bovengemelde Relatie van den apostel, vicaris la Torre telt hem nog niet onder de werklieden in den wijngaard. Doch niet lang na den dood van heer Tadema moet hij als priester naar het vaderland terug zijn gekeerd en aanstonds belast met de zorg voor een deel der kudde van den overleden grijsaard. Huisvesting verwierf hij onder Warstiens op de hoeve van Lou Ages, waar elk priester naar luid der getuigenis van pastoor Thiara, die het bij ondervinding

Sluiten