Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet de meerdere zijn. Vandaar dat 1685, 86 en 87 jaren van verbitterde vervolging werden voor Frieslands Katholieken. Ook pastoor Bruining kreeg uit den lijdenskelk te drinken. Hij werd streng vervolgd, doch in weerwil daarvan bleef hij met trouwen ijver voor zijne kudde zorgen. Voor de gevaren niet beducht wist hij ze met kalm overleg te doorworstelen, zoodat het hem immer gelukte den vervolger te ontsnappen, zelfs als hij onder het bereik hunner oogen was geraakt. Eene ontmoeting wordt ons broeder verhaald. Toen de onder-procureur van Friesland in het voorjaar van 1687 den heer Gaytzema te Snoek overvallen en diens huis geplunderd had, toog hij van daar rechtstreeks naar Irnsum om pastoor Bruining hetzelfde lot te bescheren. Deze ’s avonds te voren van Leeuwarden naar huis koerend, was door een gelukkige beschikking te Rauwerd opgehouden. Toen hij ’s ochtends van den volgenden dag gereed stond om naar Irnsum te gaan, zag hij den geweldigen man en zijn geleide met hunnen wagen vandaar aankomen; hem erkennend hield hij zich opzijde en keerde straks langs een omweg naar zijne woning terug. Deze was voorzeker op naam gesteld van Trijntje Bruining, ’s pastoors zuster. Dikwijlder dan de huizen der andere priesters werd deze woning door de mannen der roede overvallen en onderzocht: de eerste maal kwamen eenige priesterlijke geraden voor den dag, die een boete berokkenden van 700 gulden; doch de wijze behoedzaamheid van den pastoor en zijne zuster wisten voor het vervolg alles zoo in te richten dat de scherpste onderzoeking later niets meer aan het licht bracht.

De druk der vervolging begon daarna af te nemen en gedoogde weer, dat pastoor Bruining straks tot

Sluiten