Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en onderwerp mij gaarne aan uw oordeel, om mijne zonden uit te boeten”. De H. Frederik hernam; „Wanneer gij U oprecht bekeert, zult gij door den Heer, uwen God, in genade worden opgenomen, ilmmers gij zelf hebt gezegd dat Hij barmhartig is en tot ontferming geneigd. Hij zal uw vader en gij zult zijn kind wezen, zoo lang uw hart vreugde schept in den dienst des Heeren. Wil niet gelijk zijn aan den dwaze, die zijn huis op zand houwde. Want als de regen nedervalt, de vloeden komen, de winden waaien en stormen tegen uw huis, dan stort het neer en zijn val is groot. Wees derhalve wijs, mijn keizer, en bouw uw huis op de rots. Wij intusschen zullen niet ophouden voor U te hidden, opdat alle wijsheid en geestelijke wetenschap ü vervullen, en doordringen met de kennis van Gods heiligen wil, en gij waardig voor den Heer moogt wandelen, hem in alles behagend. Doch, o vorst, beproef U zelven en onderzoek, of gij leeft uit het geloof. Want op den verschrikkelijken dag des oordeels zal de opperste Rechter een ieder vergelden naar zijne werken”

Na dit onderhoud mocht de H. Frederik nog eens aanzitten aan de koninklijke tafel, om zich voor d§ terugreis te versterken. Dan toog hij naar Utrecht en vandaar naar Walcheren, om hetgeen aan den kop begonnen was, aan den staart te voltooien De keizer nu hoerende, dat de pogingen des Heiligen uitmuntend slaagden en de verfoeilijke ondeugden niet verder voortwoekerden, durfde niet langer bij

1) Vgl. bl. 53.

■■*) Vita St. Frederik, Acta SS. 1. c. cap. 111.

■’) VgL boven hl. 53—63.

Sluiten