Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Judith echter, den wrok, die op den bodem kaars gemoeds verscholen lag, niet kunnende bedwingen, brak ten aanzien harer getrouwen in luide klachten uit over de beleedigingen, die haar vooral op aandrijven van bisschep van Utrecht, waren aangedaan. Toen stonden twee boosdoeners op, die hunne hulp beloofden, om den Heiligen van het leven te berooven” *).

Johannes de Beka, die zijn „Cataloog der Utrechtsche bisschoppen” reeds vóór het jaar 1358 voltooide, heeft dezelfde overlevering gedurende de latere middeleeuwen levendig gehouden. Eerst verhaalt hij de berisping en de heldhaftige vrijmoedigheid des Heiligen, het berouw des keizers en zijne belofte van beterschap, den toeleg der keizerin, om den H. Frederik tot andere gevoelens te brengen en zegt daarna, dat de keizerin, wegens de standvastigheid des H. bisschops en op ingeving des duivels een diepen haat tegen Frederik opvatte, en bij zich zelven overlegde, hoe zij hem ter dood kon brengen.

Eindelijk huurde zij twee deugnieten, die zij tegen het leven des H. opperpriesters deed samenspannen =“).

Het getuigenis van Wilhelmus Heda pleit mede voor de bovenstaande meening, wanneer hij zegt, dat de H, Frederik met de kroon der martelaren werd versierd onder keizer Lodewijk en dood gestoken door de dienaren des keizers ’). Van hetzelfde gevoelen is Gard. Baronius in zijne aanteekeningen op het Romeinsch

’) De gestis Pont. Angl. lit. I. p. 197 bij Cup. ]. c. en Migne 1. c.

*) Cafal. Epist. Ultraj. p. 24. ’

) Historia Episc. Dltraj. p. 49, 50. «Martyrio coronatur sub eodem Ludovico Augusto, confossus inguina per ministros regies».

Sluiten