Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mabillon hecht weinig geloof aan de oude berichten, en zegt: „Op den Juli 838 heeft. Frederik, bisschep van Utrecht den dood ondergaan. Ofschoon deze moord in zijne acten aan de keizerin Judith wordt toegeschreven, kan deze bewering nauwelijks eenig geloof verdienen Integendeel schrijft hij den moord op de rekening der Walchenaren Niettegenstaande Baronius, gelijk wij boven zagen, in zijn Martyrologium Judith van het bloedschendig huwelijk en den moord des Heiligen beschuldigt, komt hem in zijne „Kerkelijke Jaarboeken” het bericht van den ongenoemden levensbeschrijver verdacht voor: „Ten eerste, zegt hij, is er in de vele grieven, tegen Bodewijk ingebracht, volstrekt geen sprake van een huwelijk binnen de verboden graden, en ten tweede wordt in vermelde levensbeschrijving zooveel opeengehoopt, hetgeen niet met de ware jaartallen overeenstemt, dat bij mij het vermoeden is opgerezen, dat zij in Lodewijks tijden geschreven is door iemand, die vijandig tegen hem gestemd was *). Antonius Pagius, de Jaarboeken van Baronius beoordeelend, spreekt in denzelfden zin. Dat Judith, in verboden huwelijk levend met

dert als iemand, die den dood wegens zijn onbeschaamdheid verdiende. De broeders van Judith zouden aanleiding tot den moord gevonden hehhen, omdat zij door het vonnis der bisschoppen in een klooster waren gestopt. Annot. ad Bekam 1. c. p. 26.

‘) Annal. Bened. Tom. 11. lib. 20 § 52.

’) Butler t. a. p. VI. p. 207 n. h.

Ad annum 838. Bat. Sacr. 101.

*) Volgens de levensbeschrijving zelve, bedriegt zich Baronius, wanneer hij denkt, dat zij in Lodewijks tijden is opgesteld, gelijk hoven is aangetoond. Toch kan men niet ontkennen, dat het gerucht te Utrecht verspreid kan zijn door de vijanden van Judith, en later door onzen ongenoemden schrijver zijn opgeteekend.

Sluiten