is toegevoegd aan uw favorieten.

Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht; bijdragen, 1893, 1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geenerlei wijze in den moord des Heiligen is betrokken geweest. Nochtans wil ik niet gaarne de nagedachtenis eener keizerin bezwaren, die door den H. Eabanus Maurus in het jaar 836 in de volgende bewoordingen geprezen wordt : „ Aan mijne meesteres, die uitmunt door godsvrucht, die door allen verdient geëerd en bemind te worden, aan de keizerin Judith wenscht Eabanus, dienaar der dienaren Gods, eeuwig geluk en heil in Christus. Moge uw hooge rang en uwe vrijgevige welwillendheid, die, door Gods wijsheid onderricht, vrienden en vijanden begiftigt, U met eene menigte getrouwen omringen. Wij, hoe gering een deel wij ook zijn mogen van het U door God geschonken volk, wij ook, schuilende onder den mantel uwer goedheid, willen Ü een blijk onzer getrouwheid geven. Gehoord hebbende, dat Gij uitmunt door een rijk vernuft, dat gij in deugd en ijver voor het goede de heilige vrouwen des Bijbels poogt te evenaren enz.” 2) Vervolgens geeft Eabanus de redenen op, waarom hij zijn werk aan haar opdraagt, wenscht haar geluk met de overwinning op hare vijanden en hoopt dat deze in de toekomst voor haar zullen buigen

Tot onze groote verwondering zien wij hier dezelfde Judith, die door den H. Agobardus en anderen van heerschzucht en losbandigheid wordt beschuldigd, bij

') Apud Mabil. Act. SS. Ord. Bened. saec. IV p. 11, Acta ss 1. c. p. 460.

) In praefatione lib. Judith et Esther. Miene torn. 109 col 539 , 636.

*) Comment in lib. Juditb et Estber 1. c. p. 539 , 686 ss.

*) Zie ook hoe haar lof verkondigd wordt door Walafridus Strabo, Monach. Euld. bij Migne Tom. 114, 1095, 1096, 1097.