is toegevoegd aan uw favorieten.

Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht; bijdragen, 1893, 1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk onderhoud met den bisschop te worden toegelaten. Hiervan op bovennatuurlijke wijze verwittigd, richtte de Heilige hoofd en handen ten hemel, God allervurigst dankend, dat de gewenachte tijd zijner ontbinding gekomen was. Dan zijne omstanders met een engelachtig gelaat aanziende, zeidehij: „Ik weet reeds wat deze willen; laat hen wachten, totdat ik de H. Mis heb opgedragen”

Daarna stond hij als naar gewoonte van zijn bisschoppelijken zetel op, las de H. Mis zóó schoon en zóó godvruchtig, als de H. man, doordrongen van de vreeze Gods, dit placht te doen. Na de lezing van het Evangelie hield de H. bisschop eene toespraak tot zijn volk ’). Om zijne kinderen die hem liefhadden als hun vader, niet te bedroeven, voorspelde hij zijn marteldood in eene gelijkenis, zeggend, dat hij op dienzelfden dag de spijze des eeuwigen levens met de Heiligen in het rijk der hemelen ontvangen zoude *), Dit verstonden de geloovigen niet. Nadat hij hun het lichaam en het bloed des Heeren gereikt had, nam hij afscheid van al de zijnen.

Als de trouwe herder stelde hij de schapen, hem door den hemel toevertrouwd, aan onzen Heer Jezus Christus voor, ze allen aan den oneindig goeden Herder aanbevelend met tranen in de oogen. De geestelijkheid en het gansche volk weende luide van droefheid, maar zij wisten niet, wat de H. bisschop met deze handeling bedoelde.

Toen Frederik de heilige Mis geëindigd had, begaf

1) De Beka, Chron. Episc. Uliraj. p. 24; Acta SS. J. c.

Vita Fred. t. a. p. Beka f. c. p. 24.

’) Acta SS. 1. c. Beka 1. c. p. 24.