is toegevoegd aan uw favorieten.

Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht; bijdragen, 1894Een En Twintigste Deel, 1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frederik bisschep van Utrecht, door zijn Domkapittel onderricht dat de hoogeschool te Leuven van den H. Stoel voorrechten zou hebben verkregen aangaande de gewone vergeving der beneficien, schrijft dat hij zijne raden zal zenden, om deze zaak met het kapittel te bespreken. 6 Sept. 1516.

Van Gioets genaden Frederich, bisschep t’ütrecht, geboren marckgreve van Baden.

Eerbare, Lieve Vrunde.

Soe ghij uns nuu geschreven hebben, als dat die üniversiteit van Loeven sekere previlegien van den Stoel van Roemen erlangt solden hebben tegens die ordinarie collatien etc., van uns daerop begeerende, (dat) wij enige van onsen reden aldaer bij U schicken welden. Sus willen wij enige van onsen reden nuu en toecomende Woensdage guets tijts voer den middage aldaer bij U schicken, daertegens ghij capittel wilt doen (be)leggen, soe dat onse reden daarop nyet derven wachten, want wij se anderssins gebruycken moeten. Godt sij myt U.

Gegeven in onsen slote Duersteden opten Vl®“ dach in Septembri anno XVI®.

(get.) Hosz.

D. 6. B. bl. 436.

Heer David, kapelaan van bisschop Frederik, tot kanunnik te Wijk bij Duurstede benoemd, zal op St. Simon en Jude e. k. in de kerk aldaar zijn eerste H. Mis zingen. Gemelde bisschop bericht dit aan zijn Domkapittel en verzoekt dat men, mede om den aflaat te verdienen, het feest van heer David wil komen vereeren. 13 Octob. 1516.