Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regeering pogingen aan, om een in alle opzichten voortreffelijken vicecureit in zijne plaats te stellen.

De stedelijke regeering, aan welke Cunretorff de keuze had overgelaten, wendde zich tot Glerrijt Willemsen van Plo, die zich destijds te Leuven bevond en haar door Cunretorff zelf was aanbevolen. Zij noodigden hem uit om op kosten der stad naar Kampen over te komen, ten einde de zaak mondeling met hem te kunnen behandelen. Zijne „predicaiie ende conversatie” stond den raad wel aan, „doch” zoo schreven zij den 23 Juni 1567 aan den Scholaster, „wij willen TJw Weerden gueder welmeninge int secreet ende geheim nyet bergen dat wy vlochmeersche wyze verstaen, dat deselvige heer onvrantlycher wyse van Dryll [daer hy voer predicant ofte capellaen gedient) gescheiden ende etlyche ingesetenen aldaer van heresie angebracht solde hebben', wie wy dan oick berichtet worden dat hy, mit eenige inquisitoren groote vruntscap solde hebben gehadt.”

Waarschijnlijk werd de raad in dit opzicht door Cunretorff, wiens advies gewaagd was, gerust gesteld, althans de benoeming van heer Gerryt van Plo kwam tot stand; doch de kwade geruchten die men „vlochmeersche wyse” vernomen had, deden de stedelijke regeering er op bedacht zijn, middelen te beramen ten einde den Kampenaren dergelijke minder aangename ervaringen te besparen. Om den vicecureit bij voorkomende gevallen de mond te verzegelen werd in de voorwaarden van aanstelling een artikel opgenomen waarbij hij „in gueder vaster trouwe ende by syn priesterlycke eere” beloofde „dat hy ghiene burgeren ofte inwoneren deser stad Campen, die hy in eenige wyse suspect rnochte holden by ofl au ymande anders dan alleene an scepenen ende raidt {zou') deferiren suspectieren ofte over-

Sluiten