Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een goed en ijverig prelaat deed kennen, kwamen oorlog, verwoesting -en vervolging opdagen, en de schoone abdij ging haar ondergang tegemoet.

Omtrent het jaar 1572 werd een merkwaardige naamlijst opgemaakt, welke 141 kanunniken der abdij bevat. Die lijst wordt later medegedeeld en tevens toegelicht uit andere stukken.

In 1573 sloot Van den Hove eene overeenkomst met de religieuzen van het H. Graf te Culenborch en woonde daar ongeveer twee jaren met zijn convent en dat van het zoogenaamd Jerusalemsklooster samen. In 1575 is de abt nog naar Mariënweerd teruggekeerd, doch gewis was dit verblijf van korten duur. Later zien wij hem met eenige andere religieuzen te Culenborch te zamen wonen.

Van drie is de afval uit vroegere mededeelingen reeds bekend. Omtrent enkele anderen, die in Holland bleven, verkeert men in het onzekere, maar men heeft redenen van te vreezen. Hadden andere leden in Brabant een veilige haven voor zich zelven gevonden, de eenheid der abdij was verdwenen en met de eenheid alle hoop op herstel,

Frederik van Winssen, eerst proost der abdij, vervolgens coadjutor van den abt, weldra ook „administrateur der goederen nut name ende van wege die lantschap des fortendoms Gelre ende Graefschaps Zutphen,” en eindelijk na Van den Hove’s dood (1592) abt," laat slechts treurige herinneringen achter, en aan hem verkwisten wij hier geen woorden meer. &unt quorum non est memoria etc.

ger, P. van Zuyren, in 1561 aftrad; doch dat is niet juist; vermoedelijk zal toen J. v. d. Hove zijn coadjutor zijn geworden, in welke hoedanigheid hij genoemd wordt in 1562.

Sluiten