Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar schreef dan onze bisschep Eadboud niet gelijktijdig met Notker goede sequentiën? Heeft hij niet wellicht in Frankrijk deze dichtsoort leeren kennen en beoefend ? Ziehier ons antwoord. Hoogstwaarschijnlijk is geen enkel gedicht, door Eadboud vóór zijn verheffing geschreven, tot ons gekomen. Wij weten dus van zijne vroegere letteroefeningen niets. Ten tweede, hoewel bisschep Eadboud (van omstreeks 850—918) en Notker Balhulus (van omstreeks 840—912) tijdgenooten waren, zijn zij dit als sequentieschrijvers niet.

Notker Balhulus begon als kind, waarschijnlijk omtrent 851, wijl in genoemd jaar de priester van Jumièges naar St. Gallen kwam. ') Eadboud daarentegen schreef zijne sequentie niet vóór het jaar 900. Is het dan onmogelijk, dat de pennevruchten van Notker Balhulus aan Eadboud, hetzij te Utrecht of in Frankrijk, zijn bekend geworden ? Derhalve, hoe gaarne wij ook een deel der uitvinding of invoering der sequentiën aan onzen Heilige zouden toekennen, op grond der historische bescheiden, tot heden aan het licht gebracht, is zulks, althans met voldoende zekerheid, niet mogelijk.

VII.

Aldus de zijnen stichtend door woord en daad klom de H. Eadboud op tot steeds volmaakter deugd, welke herhaalde malen door God beloond werd met bijzondere gunsten. In zijne laatste levensjaren had Eadboud

‘) Mabillon, Elogium historicum B. Notkeri. Acta SS. Ordinis St. Benedicti, Tom VII, p. 11. Migne, Tom. 131. col. 983 ss.

Sluiten