is toegevoegd aan uw favorieten.

Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht; bijdragen, 1894Een En Twintigste Deel, 1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woenende alhyer, en heeft verclaert by eede enz.

Opten 30 Marty, 1608. Die Tande Magistraet verstaen dat tot Henrick van Westrenens huysinge groote excessive vergaderinge geweest is, ordonneren den voorseiden Westrenen tselve achter te laten op poene datter inne syen sal worden volgende tplaccaet van de heeren Staten Actum ut supra.

Collatie van zeeckere vicarie, den 9 Decembris, 1608, ter presentie vanden Officier Joncker Willem van Doornick, borgermeester en Peter Fransz, Schepen.

Onder tzegel.

Dat voor ons gecomen is int gerecht Elhert Eycks Proot, wairachtige Collatoir der Vicarie van Ste Catarinen, liggende inde kerck toe Nykerck, vermoegens die hrieuen van fundatiën van syne vooralderen ende predecessoren gedateert in den jaere 1554, ende heeft uyt sonderlinge afiectie ende redenen hem daertoe mouerende (soe hy verclaerde) die voorseide vicarie mit alle daertoe gehoorende guederen profyten ende emolumenten geconfereert en confereert hy deesen Jan Jans Poth soenen van Jan Andriesz burger deser stadt goeude alhyer ter scholen sittende in classe quarta, weesende van goeden hoop (als hyden Rector verclaert is) om die guederen, profyten en emolumenten tot syne behoef ende continuatie van syne studeringe te genyeten, in conformiteyt van des Quartiers Reces, geholden in die maent van Junio Ende ten eynde die voorseide Jan Jans Poth wel verseeckert sye, verclaerde hy comparant deselue te presenteren den Edelen houe van Glelrelant, versoeckende dat hem hrieuen van Institutie in gewoenlicker forme mede