Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oude krouijkschrijvers, een voorval verhaald, dat wel zeer romanesk mag heeten, maar daarom niet als ongeloofelijk behoeft verworpen te worden. Het menschenleven van alle tijden, en niet het minst dat van de middeleeuwen, was steeds rijk aan groote en kleine gebeurtenissen van meer of min avontuurlijken aard, en wat genoemde auteur van Ansfried en Hilswinde ‘) bericht, bevat naar ons oordeel niets, dat onmogelijk moet geacht worden.” Deze woorden des geleerden schrijvers zijn ons uit het hart gesproken. Doch de lezer veile zelf zijn oordeel over het bedoelde feit.

Ansfried en Hereswit hadden reeds eenige jaren in ongestoorden vrede met elkander geleefd. Zij vertoefden bij afwisseling op hun verschillende kasteelen: nu eens te Kessenich of Casallum, dan weer te Driel bij Bommel en elders. Joannis a Leidis zegt uitdrukkelijk , dat dit voorval plaats greep te Driel *). Dan, de vijand van het menschelijk geslacht zag de heilige echtverbintenis met leede oogen aan, en nam de vroomheid zelve van Hereswit te baat, om achterdocht en afgekeerdheid te zaaien in het edele hart van Ansfried. De beschouwing der hemelsche dingen was Hereswits grootste genot, de zoete samenspraken met God haar

1) In oude stukken wordt Ansfrieds gemalin Hilsondis, Herswindis, Herswinda, Hereswit, Hersuit genoemd; Hilswindis hebben wij nergens gevonden, tenzij bij Ileda en Buchelius, p. 93 en 102 en bij Aegidius van Orval in het beneden vermelde handschrift.

2) De zeereerw. 'Heer Canoy, pastoor van Thorn, verhaalde ons, dat nog heden in Thorn een overlevering bestaat, dat Hereswit des nachts het kasteel van Kessenich verliet, om ter plaatse, waar later de abdij van Thorn verrees, te bidden, en dat daar graaf Ansfried haar bespiedde.

Sluiten