Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed .... Gegeven den 7. Juli van het jaar des Heeren 985

De H. Ansfried geeft hier bewijs van een meer dan gewone milddadigheid. Hij schenkt aan de kerk van Luik in eeuwig eigendom het gansche graafschap Hoei, dat gelegen was in een uiterst bekoorlijke streek, aan de Maas boven Luik, en zich uitstrekte tot het graafschap Namen. Men gist, dat zoo rijke gift in innige betrekking moest staan met het plan van Ansfried, om met zijn echtgenoote de wereld te verlaten. Of reeds toen, in 985, dit voornemen bestond, wordt door de tijdgenooten, noch door de oorkonde vermeld. Joannis a Leidis verhaalt, dat Ansfried met zijn gade de wereld verliet en zich door de kruinscheering deed opnemen in den geestelijken staat. Heda zegt het volgende: „Joannis Beka getuigt, dat hij (Ansfried) in het veertiende jaar (997) van Otto 111 de wereld vaarwel zeide.” Vooreerst is van de aangehaalde woorden bij Beka niets te vinden; en vervolgens kan de zaak zelve moeilijk worden overeengebracht met het algemeen erkende en door Beka zelf vermelde feit, dat Ansfried reeds in 994 of 995 den zetel van Utrecht beklom. Alleen lezen wij bij Beka , dat Ansfried bij

>) Het diploma bij Miraeus, Codex donationum piarum , p. 137, Acta SS. Bell. Tom. I Mail, p. 433; Buchelius, Annot ad Hedam, zegt dat er een bevestingsbrief dezer schenking bestaat, door Otto II uitgevaardigd in 981; Ook Jo. a Leidis, p. 154, laat de bevestiging geschieden door Otto 11. Heda dwaalt, waar bij Otto II in 990 genoemde oorkonde doet verleenen; want Otto II stierf in bet jaar 983.

Chron. Belg. Lib. IX, c. 2; p. 154.

Hist. Episc. Ultraject. p. 92.

«Defuncto Baldevino Pontifice Anfridus, qui pridem de seculari comité clericus attonsus est, nunc ab Ecclesia Trajectensi XVIII. Episcopus electus est.” Beka, Chronica, ed. Buch. p. 36.

Archief XXI

23

Sluiten