Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weet men, dat Hereswit noch dochter van Ansfried noch eerste abdis van Thorn was; wij letten hier alleen op de getuigenis omtrent de vereering van Hereswit.

Ongeveer hetzelfde leest men in de Gallia Christiana waar echter een andere lezing geeft: „gemalin van Ansfried.”

6. De laatste der door de Bollandisten vermelde schrijvers, Arturus a Monasterio, een Franciscaan, gedenkt onze Heilige in het Gynaeceum, dat door Bollandus gegispt wordt, wegens verwarring van personen, die kerkelijk vereerd worden en die zoodanige vereering niet genieten”

De bekende Jezuiet en geschiedschrijver Bartholomaeus Fisen spreekt in zijne werken tot viermaal over de stichteres van Thorn : „Nadat Hilsundis haar volwassen dochter Benedicta te Thorn aan het hoofd der religieuse communauteit had gesteld en hij allen een roep van heiligheid had verworven door de uitstekende onschuld harer zeden, ontsliep zij zalig in den Heer. De voetstappen harer ouders drukte Benedicta met ijver; en na met grooten lof de waardigheid van abdis te hebben bekleed, ging zij heen ter eeuwige belooning. Beiden hebben den naam van „Heilige” verdiend. Van de kloosterinstelling is heden geen spoor meer over te Thorn; het is een zeer doorluchtig college van kanunnikessen”

In de „Flores Ecclesiae Leodiensis” wordt Hereswit door denzelfden schrijver driemaal vermeld, waarvan

*) Paris, Victor Palmé, 1876, col. 997.

2) Zie Publications etc.

Sancta Legia Bom. Ecclesiae filia sive Ilistoriarum EccL partes duae, Leodii, G. H. Streel, 1696, I, p. 155. Vergel. de Publications etc.

Sluiten