Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glorioser vrouwen Sunte Annen, moeder der alreweerdichste Moeder Ghristi Jhesu, ene nije vicarie gefundiert, myt consent ende volbaert des eirberen heren Johan Werners pastoirs, ende die tho berenthen myt twyntich goldenen Eijnschen guldenen des jaers; des, soe synt voir ons gekoemen nu ter tijd dieselve Johan van Mairhulse ende joffer Armgart, echtelude voirs., ende hebben myt oeren vrien willen ende gueden voirberade voir em ende oeren erven in onssen handen ende onsser nakoemelyngen upgedragen, avergegeven ende mechtich gemaickt segel ende brieve, Inholdende achthondert goldenen Rijnsche guldenen, die helffte dair aff die ander helffte van den brieve hoirt Frederick van Mairhulse tho, broeder Johans voirs.—ind dair na op vertegen myt bande ende monde ende mijt oeren vrien willen voir em ende oeren erven, nu voirtmeer van der helffte der segele ende brieve voirs., myt allent dat sie bynnen hegripende ende vermogende sijn, nu voirtmeer daer van onterfft tho sijn, gheenrehande recht, ansprake noch thoseggen dair meer an tho hebben, tho beholden, noch toe ghenen tyden wach-

') In Noverab. 1248 vinden we reeds een Herman van Marhulsen, ridder, onder de dienstmannen des graven Herman van Loon. (Sloet. Oorkondenb. n°. 699.). Het kasteel van Marlbusen lag in bet Schependom, oostwaarts van de stad Groenlo, vlak bij het erf Maarze; ’t bestond reeds in 1299. (Sloet. a. w. bl. 974). Joban van Marhulsen is in 1487 en vervolgens tot 1492 schepen der stad Groenlo. Dat hij stamt van het kasteel Marhulsen, blijkt uit de notulen van den raad der stad Groenlo , waar we opgeteekend vinden, dat Gaspar Daniël van Plettenberg voor zich als heer van Marlbusen het recht van collatie dezer vicarie opeischt. Volgens Fahne, Westpbalische Gescblecbter, bl. 290 kwam de heerlijkheid Marhulsen aan de Plettenborgs, door huwelijk van Cunera van Marhulsen Thomas dochter met Christoffel van Plettenhorg. Zie nog hier achter n®. 42 en n®. 43.

Sluiten