Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des altars bynnen de porrochiekercken bynnen Gronlloe” vollen vrijdom van alle lasten voor zijn „buse ind hoff mytten ailyngen sijnen tobeboir.... gelegen tbuesschen bnysynge Mycbiel(s) van Eek an die ene ind Henrick(s) Elfferdynck der anderen sijden”; zullende deze vrijdom ten eeuwigen dagen aan gemeld huis verblijven ten bate der voornoemde vicarie van ’t H. Sacrament; dit alles voor „ene merckelijke somme van penningen, darmede dye waigen (der) stat Gronllo . ... gevryt ind yngeloiset is. —■ 1525, op dach Sunte Agatben”.

Getrokken uit het oorspronkelijk perkement.

38.

Heer Laurentius van Suderhues, pastoor van Wessum in Munsterland en vicaris der HH. Driekoningen te Groenlo schenkt een kamp land aan de vicarie van het Snijdersgild. 20 Juli 1525.

Voor Egbert Duerkoip en Sander Oveljonck schepenen te Groenlo verschynt „dye erbere ind vromme her Laurentius van Suderhues pastoor te Wessem ende ewich vicarius to Gronlo” ’), bekennende dat hij „tot laeve ind hoichbeyden Marien der Hoigester Konnynckynne ind der patroin des altaers ünser Lyever Ffrou-

de watervrees, is algemeen bekend. In de 17e eeuw dichtte Guil. de Swaen pastoor van Tergouw een lied op sSinte Rochus, hoog-maarschalk van de peste» en een tweede op «Sinte Carolus Borromaeus, maarschalk van de peste.» (Zie Den Zingende Zwaan, 2e druk, hl. 587 en 589).

*) Hl] blijkt vicaris te zijn geweest van het altaar der H. Driekoningen te Groenlo, en gestorven te zijn vóór 29 Sept. van dit jaar; zie de volgende oorkonde. Op 22 Decemb. 1518 had de pastoor en vicaris het bezit van den hier gemelden kamp land verkregen.

Archieï XXII.

2

Sluiten