Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Burgemeisteren, schepen ind Eaedt der stadt Gronlo , als ware upseners der armen aldair, ind den provisoren ind verwerers in der tijl ind oren nakoemelingen ten eewigen tijden, geen gebreck eder verhindernisse, wo ind in wat gestalte sulx gevallen ind toekoemen mochte, dairinne geschien to laeten, bij oere aller zielen salicbeit. .. . 1550, des Vrijdagss na dacb Micbaelis Arcbangeli *).

Oorspr. perkament in ’t archief van Gelderl., afdeel. Groenlo; met drie uithangende zegels in groen was. Het zegel van Marhulsen voert in het schild, dat met een helm gedekt is, drie (roode) hulzehladeren op een (zilveren) veld.

43.

Claues Hoefkens en zijne vrouw geven aan Herman van Marhulsen eene schuldbekentenis af voor 16 Joachimsdaler, jaarlijks op Grolsche „Cruicemarckt” te verrenten met den zestienden penning. 1559, op Kruismarkt.

Claues Hoeffkens bekent met Swene zijne vrouw schuldig te zijn aan Herman van Marhulsen en Mette diens vrouw „sestien Joachym daler, elcker tot eyn und dertichsten balven gueden stuver Brabants gereckent, up unse Gronloesche Kermysse nemptUch Cruicemarckt, darvan

in 1488 draagt Ermgard van D. de gade van Johan van Marhulsen het hare hij tot de stichting der vicarie van St Anna (Hier voren n®. 29). Op 30 Getob. 1503 draagt Hermen van D. de helft van ’t erf en goed „Stickenhues” in Zwolle over aan het Gasthuis te Groenlo. In 1492, 1495 en 1501 zit Johan van D. in de schepenbank te Groenlo; eveneens Thomas van D. in de jaren 1518, 20, 23, 28 en 30; in 1508 was dezelfde Thomas V. D. ambtman van het HH. Sacraments gild.

’) Juff. Elisabeth van D. verrijkt hare stichting op het Grolsche kerkhof nog met nieuwe gaven, als blijkt uit de Schepen-acten van 18 Novemb. 1550 , 2 Januari 1552 en 24 Maart 1555, alle «tho spinden ind tho deylen in dat spindehuysken, dat die verg. juff. gefunderth heflt opten cerckhoff an der cercken tho Gronlo».

Sluiten