Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedkundige werken te hechten is, eene conclusie, die ons inziens niet kan opgaan , al is het ook waar dat Michiel van Ysselt Ernestus van Beieren ten onrechte voor een zedig mensch gehouden heeft. De omstandigheid dat Ernestus van Beieren, die nooit tothisschop, zelfs niet eens tot priester werd gewijd en die niets anders is geweest dan Keurvorst van Keulen , in tegenstelling met zijnen voorganger Gebhard Truchses, Katholiek in de staatkunde was, was waarschijnlijk oorzaak, dat Michiel van Ysselt hem als mensch hooger schatte dan hij wel verdiende.

Mercwrius Gallobelgicus sive Eerum in Gallia et Belgio potissimum, Ungaria, quoque Germania, Polonia, Hispania, Italia, Anglia, aliisque Ohristiani orbis Regnis et Provinciis ah anno 1588 usque ad annum 1596 nuncius, zijnde een werk in drie deelen met een bijvoegsel, waarin hij de geschiedenis van dat tijdvak zoowel op politiek als op oorlogsterrein mededeelt, zooals die door verschillende geschiedsschrijvers in hunne moedertalen was te boek gesteld, hem die door verschillende zijner vrienden bij brieven was medegedeeld en hij die zelf had medegemaakt. (Zie de opdracht van het 3e deel.) Dit werk is dus voor een deel eene compilatie doch daarom nog niet eene slaafsche copie van de geschiedschrijvers, waaruit hij putte (dezen vermeldt hij vóór het 1® deel), want hij wederlegt die nu en dan , terwijl hij dan tevens mededeelt, wat hem uit privaatberichten was bekend geworden en hetgeen hij zelf als ooggetuige had waargenomen.

Omdat hij dit werk schreef onder den pseudoniem van D. M. Jansonius Doccomensis Frisius, hebben sommigen gemeend dat hij niet de schrijver van dit werk was.

Hadden zij er echter aan gedacht, dat B. beteekent

Sluiten