Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofdzakelijk behelzende de geschiedenis der Nederlandsehe beroerten, welk werk, zooals wij reeds zagen, zijn laatste werk, zijn zwanenzang was. Hij bad beloofd dat werk voort te zullen zetten tot aan den dood van Philips 11, doch ook hij moest ondervinden, dat de mensch wikt maar God beschikt, want hij stierf nog vóór Philips 11, zoodat hij niet in staat was zijne belofte na te komen; hij bracht het met zijn werk niet verder dan tot het jaar 1581. Het gedeelte van dit werk, dat van 1581 tot het jaar 1586 loopt, heeft heeft hij daarvoor niet geschreven, zooals uit hlz. 717 daarvan en uit het voorbericht van den drukker blijkt. Dit vervolg werd, wij zeiden het reeds, door den uitgever genomen uit het supplement, dat Michiel van Ysselt schreef op de geschiedkundige commentaren van Surius, een werk dat ook moet zijn uitgegeven.

Te betreuren is het, dat tot nu toe niemand is opgestaan die, beter dan wij het vermogen, eene monographie over Michiel van Ysselt heeft uitgegeven. Hij is toch een van de weinige Katholieke geschiedschrijvers uit den tijd der Hervorming, die den godsdienststrijd beschreven hebhen, welke in de 16® eeuw de Nederlanden teisterde en die niet alleen de verdienste heeft van ooggetuige geweest te zijn van vele der gebeurtenissen, welke hij verhaalt, maar ook van een grondig historieschrijver en een voorbeeldig priester te zijn geweest. Als men nagaat uit welke bronnen de geschiedenis van die dagen geput wordt, dan ziet men meestal dat de werken van Michiel van Ysselt daartoe niet behooren. Is het omdat zijne werken zeldzaam zijn geworden en men ze daarom niet kent? Wij weten het niet. Dat dan deze verhandeling het gevolg moge hebben dat onze Michiel van Ysselt wat

Sluiten