Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ponden van Tours. Ziet ge nu de lijsten na waarop de inkomsten dezer tienden zijn aangeteekend, dan zoekt ge daar te vergeefs naar eenen sacerdos de Vresewik; hij is er niet te vinden en getuigt door zijne afwezigheid, dat zijne kerk hem niet de bepaalde som aan vaste inkomsten leverde.

Vele eeuwen kan het kerspel van Vreeswijk, naar ons dunkt, in de dertiende eeuw nog niet hehhen geteld. Als we zijne ligging op de kaart bezien, dan maakt het op ons den indruk, dat het een af knipsel zij van het aloude Jutphaes, tot een zelfstandig leven gebracht vermoedelijk door de bezitters van den hof te Vrieswijc. Gaan we verder te rade hij den kundigen Adolph dan zegt hij ons: „Pfarreien von nur geringem Umfange sind für spatere Gründungen, für Filialpfarreien, zu halten.” We moeten dan wel aannemen, dat het kerspel Vreeswijk eene jongere stichting is, want het strekt zich niet verder uit dan de heerlijkheid van dien naam: van het brandpunt uit, waar, aan den Lekdijk, de kerk stond, is de grens zoo wel ten Oosten en ten Westen als ten Noorden in een half uur te bereiken; in het Zuiden sluit de Lek, hier tevens grensscheiding, alle verdere uitbreiding af.

De stichter der kerk is misschien te zoeken in het aloude geslacht van Voirne. Want de heer James de Fremery vond in het rijksarchief te s’ Gravenhage, Eegister van Voorne A. B. 1284—1367, ter keerzijde van blad 21 het volgende: „Dat is dat Huhrecht van Bosinchem houdet van den Einde van Vorne: die ghift

*) Histor. Genoots. te Utr., Kronijk XIII, bl. 473 vv.

Gründungsgeschichte der Stifter, Pfarrkirohen... im Bisthum Munster, bl. 386.

Sluiten