Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van der kerken van Vrieswijc, ende die mannen die daertoe behoren, ende alle die eyghen Inden die behoren in den hof van Vrieswijc.” ') Ons scheen het dat als leenhonder hier bedoeld werd Hnbert, nit het hnis van Beusinchem, van 1271—96 heer van Onlenborg, die in oorkonden van dezen tijd als Hnbertns van Bosinchem pleegt voor te komen. Maar de heer James de Fremery wil hier gedacht hebben aan Hnbert, omstreeks dezen tijd heer van Vianen, die echter zelf den naam van Bosinchem niet meer voerde, schoon zijn vader, gesproten nit het huis van Onlenborg, het nog wel deed. Doch ten gunste van dezen schijnt te pleiten de oorkonde van 19 October 1289 waarbij Floris V graaf van Holland zijne (rechtmatig of onrechtmatig verworven) heerlijkheid van Vreeswijk aan Hnbert van Vianen verpandt. ■*) Dit wekt het vermoeden dat de eene acte verband houdt met de andere en dat het dus Hnbert van Vianen zal zijn, die door het Kind van Voorne met de kerkgifte van Vreeswijk

') Bijdragen voor Vaderl. Geschied., door Nijboff, thans door Dr. R. Fruin, d. 28 hl. 334, n. 1. Het Kind van Voorne kan alleen zijn Gerard Albrechtsz. van Voorne, in 1287, 88 en 89 minderjarig onder voogdij zijner moeder. Bij A. Matthaeus, de Nobilitate hl. 834, zien we nog dat Gerard van Voorne in leen ontvangt een uiterwaard aan de Lek tussehen de Keijervaert en Vreeswijk. Zoo’n uiterwaard bezit men licht niet alleen; heer Gerard moet dan wel meer betrekking hebben gehad op Vreeswijk. Nog in 1414 vinden wij de erfgenamen van Hubert van Voorn onder Vreeswijk geërfd. (Leenboek van bisschep Frederik van Blanckenheim.)

2) Sloet, Oorkondenb. van Geire en Zutpben, n°s 933, 947, 1031, 1039.

3) V. d. Bergh, Oorkondenboek van Holland, II nos 680, 824, 888, 956.

Bijdragen, als hier boven, d. 28 hl. 334—335.

Sluiten